Juffrouw Heynen en 30 jaar Katrinahof

Foto HeynenDe hulp die ouders van verstandelijk gehandicapte kinderen zoeken en ontvangen is tweeërlei: de professionele hulp door deskundigen en de morele hulp, vaak van ouders met dezelfde problemen, of van anderen. En soms loopt er geen scheiding tussen beide soorten van hulp en worden zij belichaamd in één persoon.
Sedert vele jaren hadden wij, door de handicap van onze zoon, geen gezinsverlof meer gekend. En toen gebeurde iets heel merkwaardigs. Juffrouw Heynen zei ons: "Breng uw zoontje voor veertien dagen bij mij, ik zal voor hem zorgen."
Wij waren beslist niet de enigen die dit hebben ondervonden: de hulp die zich niet beperkt tot het geven van goede raad -wat op zichzelf belangrijk is – maar die hulp van een andere orde die zegt: kom, ik neem iets van uw last op mij, ik zal er mee aan dragen.
Die "andere" hulp is niet te vinden in de sferen van de metafysica maar heeft te maken – zoals alle werkelijk grote dingen in ons leven – met de realiteit van elke dag: de fysische last verlichten, luiers verversen, eten geven, instaan voor het welzijn.
Wanneer mij gevraagd werd iets te schrijven over juffrouw Heynen ter gelegenheid van dertig jaar Katrinahof ben ik daar met vreugde op ingegaan. Met vreugde en ook met de vrees om in dit korte bestek en met mijn beperkte middelen niet het essentiële te zeggen.
Wij zouden kunnen spreken over haar aandeel in de "Vereniging voor Heilpedagogisch Onderricht" opgericht in 1954, na haar werk sedert 1942 in de Medisch-Pedagogische Kinderkliniek onder leiding van Prof. Dellaert, Prof. D'Espallier en Mevr. Arnou. We zouden haar bezieling kunnen aanduiden in Katrinahof sedert het begin en haar stimulans in de vernieuwde mentaliteit die gegroeid is in de benadering van onze verstandelijk gehandicapten.
"Wanneer wij onze stoffelijke goederen moeten delen met anderen is het zeker zo dat wij onze gaven van hart en geest die we gratis kregen, ook moeten delen met onze gehandicapte medemensen. Trouwens, wij geven dan niet alleen, wij ontvangen van hen even veel – en wellicht meer – dan wij geven."

Dit is een uitspraak, typisch voor Juffrouw Heynen. Ook indien wij zouden spreken over het feit dat zij aanvankelijk aan de Universiteit van Nijmegen sociale pedagogiek studeerde in een tijd dat deze problematiek bij ons nauwelijks onderkend werd of over het feit dat zij later als het ware een moeder werd voor zovelen; of over haar talloze bijdragen aan Internationale Congressen in verband met Gehandicaptenzorg ... steeds zou er iets van onvoldaanheid overblijven omdat men het onzegbare niet kan zeggen. Om toch de essentie van haar werk te vatten kan ik niets beters vinden dan die ene evangelische zin: "Niemand kan twee heren dienen." Men zou kunnen denken dat het een verkeerde uitspraak is wanneer we even in onze omgeving kijken of, gemakkelijker nog, naar onszelf kijken. Want we slagen er met z'n allen behoorlijk in twee en meer heren te dienen.
In een van zijn redevoeringen schreef Kierkegaard: "Zoals degene die op de renbaan moet strijden daartoe uitgerust is; zoals degenen die op het slagveld moet vechten daartoe uitgerust is, zo is zijn leven er van begin af aan op gericht om het mogelijk te maken slechts één Heer te dienen." Zo heeft Juffrouw Heynen in zichzelf alle gaven van hart en geest ontwikkeld om zonder enige voorwaarde slechts één Heer te dienen: het geluk van onze kinderen.
Dat deed ze en dat doet ze nog dagelijks. Daarom houden we zo van haar en daarom schenk ik haar in naam van duizenden, kinderen en ouders het volgende versje:

Eén opdracht duidde heel je leven:
dit kind meer kansen op geluk te geven.
Een hart ging open en een huis ...
Een lange weg ben je met ons gegaan,
onder de last van 't kruis
heb je naast ons gestaan
in liefde die nooit heeft gerekend.
Zóveel heb jij voor ons betekend!

A. Vermeyen