Woord vooraf

bruchure 30 jaar khZeer graag voldoe ik aan de wens die werd uitgedrukt door het feestvierende Katrinahof om een voorwoord te schrijven bij de brochure, die naar aanleiding van het dertigjarig bestaan wordt uitgegeven.

Is Katrinahof 30 jaar oud of 30 jaar jong? Alhoewel de stichtende leden van de "Vereniging voor Heilpedagogisch Onderricht" in 1954 natuurlijk in jaren heel wat jonger waren dan nu, durf ik toch stellen dat het hele Katrinahof tot nu toe werd gekenmerkt door een karakter van jeugdigheid, door een geest van hoopvol optimisme voor de zorgenkinderen, van geloof en vertrouwen in de toekomst en van een aanstekelijk dynamisme en pedagogische creativiteit.
Kortom, alle elementen zijn mijns inziens aanwezig om te spreken van "Katrinahof 30 jaar jong". In zekere mate zijn een jeugdige ingesteldheid en een hoopvol klimaat voorwaarden voor alle opvoeding, die essentieel bestaat in een hulp aan en een begeleiding van kinderen en jeugdigen, die van de volwassenen ook vragen dat zij mede in die jonge leefwereld intreden.
In dit voorwoord zou het ongepast zijn dingen te schrijven die op de belangwekkende inhoud van deze brochure zouden vooruitlopen of te trachten de 30 jaar geschiedenis van Katrinahof samen te vatten. Ik beperk mij daarom tot het beknopt aangeven van enkele m.i. typische en belangrijke kenmerken van het in deze instelling gepresteerde opvoedingswerk. Toch kan ik dit niet doen zonder ook te vermelden dat de eigen conceptie van Katrinahof te vinden is in de persoonlijke en volledige inzet van de stichteres Juffrouw N. Heynen, geholpen door haar vrienden van de Beheerraad, en mede werd geïnspireerd door wijlen Professor R. Dellaert en V. D'Espallier.
Het dagelijks in praktijk omzetten van deze conceptie is het voortreffelijk werk geweest van directies, leerkrachten en opvoeders tijdens drie decennia.

Vooreerst lijkt mij typisch voor de eigen aanpak, reeds merkbaar in het eerste opzet van "Speelklas Katrien", dat men het gehandicapt kind zo jong mogelijk aangepast en heilpedagogisch moest trachten te "helen" d.w.z. zo "heel" mogelijk trachten te maken door het heel en gans te benaderen in al zijn menselijke aspecten en mogelijkheden, van verstandelijke over motorische tot affectieve en relationele. Dit moet gebeuren met de hulp van het kind zelf dat moet "gewekt" worden tot zijn heil en ontwikkeling, hierbij geholpen door vertrouwensgevende en liefhebbende opvoedsters, opvoeders en ouders.
Vandaar dat haast vanzelfsprekend met een kleuterklas werd gestart om alle ontwikkelingspsychologische momenten tijdig te benutten in die voor de algemeen menselijke ontwikkeling zo belangrijke leefperiode. Voor die tijd was dit werkelijk innoverend.

Vervolgens valt het mij op dat steeds veel aandacht werd besteed aan het betrekken van de ganse "grote" gemeenschap bij de "menswording" van deze kinderen, die niet meer – soms angstvallig – mochten verborgen warden.
De zogenaamde sociale aanpassing komt spontaner terecht wanneer iedere volwassene echt kan betrokken worden in de ontwikkeling, de vooruitgang, de bemoediging van de gehandicapten. Een heilzame "responsabilisering" van personen en groepen en van een ganse maatschappij kan zo tot stand worden gebracht zodat de nodige sociale aanpassingen en voorzieningen, waarvoor de gemeenschap zich dan logischerwijze verantwoordelijk voelt, zonder veel moeite kunnen uitgevoerd worden.
Ook het ontstaan van de eigen pedagogische middelen is een kenmerk van Katrinahof. Steeds werd het leven in een echt huis met gewone dimensies, dat op de kinderen afgestemd is, nagestreefd en er werd bewust de voorkeur gegeven aan dergelijke woonruimte boven die van een gesticht.
Er wordt op gewaakt dat er veel spelend wordt geleefd, wat bij de leidsters en leiders een "ludische" bekwaamheid en zin voor het hanteren en creëren van speelgoed. veronderstelt.
Langs het spel krijgt het gehandicapte kind een betere omgang met de voor hem bereikbare werkelijkheid zodat het ook tot een leren in de ware zin van het woord kan komen.
De leermiddelen ontstaan als het ware aan het spel en de speelgaven. De houding van de onderwijsmensen zal iets bewaren van het uitnodigend karakter van het spel en zal meteen stimuleren tot activiteit, creativiteit en menselijke ontmoetingen.
De opvoedingshouding is gebaseerd op een waarachtig vertrouwen in al de soms vermoede mogelijkheden van het gehandicapte kind. En het inventief gebruik van opvoedingsmiddelen maakt het mogelijk dat ieder opvoeder iets van zijn eigen geaardheid en kunde kan inbrengen zonder daarbij de noodzakelijke complementariteit en samenwerking uit het oog te verliezen.
Er mag ook gezegd worden dat Katrinahof enerzijds zichzelf en zijn oorsprong is trouw gebleven in de loop der jaren en anderzijds ook is meegegaan met de tijd, zowel als organisatie en structuur, als op het pedagogisch-didactisch niveau.
Ook op het gebied van de nazorg na de schoolse periode van de leerlingen, door het oprichten van een semi-internaat en een home voor de grootgeworden gehandicapten.

Ten slotte ben ik blij te mogen getuigen na 30 jaar dat deze ganse zorg voor en de opvoeding en vorming van de gehandicapte kinderen blijven berusten op een diep-christelijke grondslag, die duidelijk waarneembaar is in de dagelijkse liefdevolle omgang met de kinderen, in de aangepaste catechese, de vieringen en bedevaarten en in dit grote vertrouwen in de Vader, die ook voor deze kinderen en hun ouders alles ten goede kan brengen.
Moge Katrinahof langs deze paden en in die sporen verder trekken. Het past hulde te brengen aan en dankbaarheid uit te drukken ten overstaan van al degenen, vooral de opvoed(st)ers en onderwijsgevenden, die tijdens de 30 verlopen jaren dit opvoedingsproject hebben gerealiseerd.
Katrinahof, nog zeer vele jaren!

A. Daelemans,
Directeur-generaal N.S.K.O.