Rinkelen de bekkens?

Bij het schrijven van een gedicht bij deze gelegenheid, ben ik uitgegaan van de liefde-geschiedenis van een echtpaar. Jonge mensen, getroffen door Amor, gooien zich onstuimig, onervaren in een avontuur ... in goede en in kwade dagen.

Zij verlaten het ouderlijk huis, sterven eraan, krijgen een kind en sterven nog meer aan eigen goesting. Maar zij krijgen zoveel terug!

Komt dan dat andere kind, dat vragen oproept! Ouders moeten nog meer geven en krijgen ogenschijnlijk minder terug. 't Doet pijn!

De liefde krijgt een deuk: Amor, minder romantisch, komt terug en zegt:

Liefde is doodgaan.

Niemand neemt jullie pijn weg. Ook God niet! Zijn enig evangelisch , antwoord is tussen zijn mensen leven en meeleven en meelijden, meesterven.

In Katrinahof treedt God in vele mensen (andere ouders, leerkrachten, opvoeders) de pijn van deze mensen nabij.

Zo kunnen wij nu ook het loflied van Paulus (1 Kor, 13) herlezen:

"Al speek ik de talen ... als ik de liefde niet heb, ben ik als een rinkelnd bekken (zie de titel van het gedicht)".

De hoogste lof voor Katrinahof ligt in de nabijheid bij mensen!

In die geschiedenis van mensen ging Katrinahof 30 jaren mee op weg.

Amor, die dwaze jongen met zijn pijlen
heeft onweerstaanbaar ooit ons hart geraakt.
't Is tijd, zei hij. Mijn liefde smaakt ...
Je moet je huis verlaten, reilend zeilen.

Zo vaarden w'in de Mei, alleen getwee,
bestierven 't oude huis, meer samen
en toen we bij een haven kwamen
namen wij een droom, een dreumes mee.

En groeide 't sterven aan 'n eigen leven,
wij werden d'erfgenamen van zijn gouden lach.
In kinderogen straalde ons het licht voor nacht en dag.
Diep genoten wij de vreugde van het geven.

Was 't bij die eerste of bij die laatste haven,
toen kinderen krijgen nog op ons programma stond ...
De nieuwe metgezel, die had wel alles ... mond
en ogen, ... ja, gezond. Toch lieten al die gaven

wachten op 't verbeide resultaat. Mensen keken
en ons gelaat vertrok in vele vragen:
God, waarom? Geweken was het licht van vroeger dagen
een zorgendek, geen ster aan d'horizon.

De oude, speelse zwerver zag die diepe nood,
Amor, 't aroma van zijn naam nu onherkenbaar:
"Ik kon niet uitspreken, toen jij onstuitbaar,
zei hij. "Sterven aan jezelf, zo kom je bij het leven.
't Antwoord op je radeloos vragen is dit kind
dat jou tot broeder wil en jouw nabijheid vindt
wanneer j' op 't puin van dromen bent verheven."

De angel van die dromen bleef tot heden.
Geen mens en ook geen God ontnam de pijn.
Alleen in liefde wenste Hij nabij te zijn
in velen, die stap naast stap zijn meegetreden.

Verlaat je huis! Met jou als vriend en met ons kind
staan wij lief en life en dankbaar in de zon.
Ervaren lezen wij hoe Paulus 't liefdelied begon,
gelukkig! Nooit hebben wij genoeg bemind.

Deze geschiedenis van dertig jaren
groeide met Katrinahof.
Dank! En 'k bid je: blijf zo verder varen,
nabijheid is je hoogste lof.

J. Ulens